Willem Frederik Hermans – Nooit meer slapen (samenvatting)

In dit verhaal reist de geoloog Alfred Issendorf af naar het hoge noorden, om voor zijn professor Sibbeling de hypothese te toetsen: zijn er meteoorkraters in het hoge Noorwegen. Hij droomt meteorieten te vinden, en aan te kunnen tonen dat veel meertjes aldaar kraters van meteoren zijn. Voordat hij zijn expeditie begint op dat stuk land, heeft hij luchtfoto’s nodig. Daarvoor reist hij af naar professor Nummedal in Oslo, een befaamd hoogleraar in de geologie. Achteraf blijkt dat Sibbeling en Nummedal niet goed met elkaar op kunnen schieten, en dat Nummedal zich uitgesproken heeft tegen de waanzinnige hypothese van meteoorkraters van Sibbeling. Alfred komt
alleen maar vragen om luchtfoto’s van Finnmark, voor zijn expeditie – waar trouwens ook leerlingen van Nummedal aan meedoen, Qvidstad en Arne. Maar die luchtfoto’s lijkt Nummedal niet te kunnen of willen geven. Hoofdstuk 1-6 behandelen Alfreds bezoek bij Nummedal in Oslo. Er wordt veel gedaan, maar niets lijkt te lukken. Alfred kan het maar niet voor mekaar krijgen om de luchtfoto’s te krijgen, en het contact met Nummedal hierover, en in het algemeen, voelt heel gemaakt en geveinsd aan. Het kan voorgedragen worden als voorbeeld ter illustratie van Hermans wereldbeeld. Alfred gaat met Nummedal de omgeving van Oslo bezoeken, maar slechts uit beleefdheid. De werkelijke zaak wordt niet naar voren gebracht en Nummedal stuurt Alfred uiteindelijk naar het Geologisch archief in Trondheim voor de foto’s.

Ook in Trondheim, waar Alfred heen is gestuurd door Nummedal, is de beschreven persoon Hvalbiff niet eens aanwezig. Ene Oftedal, de directeur, helpt hem met zijn vraag. Maar de Geologische dienst is pas net verplaatst naar Trondheim, dus alles is nog niet op orde. De luchtfoto’s worden niet gevonden. Alfred kan het zich niet voorstellen dat Nummedal hem hier helemaal heen heeft gestuurd voor niets. Hij begint te twijfelen aan de intenties van Nummedal en redeneert dat die ze ook wel eens kan achterhouden voor hem. Hij heeft in elk geval geen andere optie dan op expeditie te gaan zonder luchtfoto’s.

Rond hoofdstuk 13/16 ontmoet Alfred zijn maatje, Arne in Alta. Daar overnachten ze en pakken ze de rugtassen om op weg te gaan naar Finnmark. Eerst ontmoeten ze Qvinstad en Mikkelsen. Ze gaan in de bus en hun wandeling begint. Het eerste stuk worden ze geholpen door de Sterke Grote Man die veel bagage draagt. Daarna komen ze aan bij een groot meer, Lievnasjaurre (p.224). De Grote Man gaat terug. Arne en Alfred slapen in een tent, en Qvigstad en Mikkelsen. De laatste twee hebben en veel betere tent tegen muggen. Arne en Alfred worden helemaal leeggeprikt. Op een gegeven moment komt Alfred erachter dat Mikkelsen de luchtfoto’s van Finnmark heeft, die hij zo vergeefs zocht! Hij mag ook even kijken, maar ziet geen spoor van meteoorkraten. De volgende dag hebben Qvigstad en Mikkelsen zich van Alfred en Arne losgemaakt. Ze zijn de andere kant op, naar de berg Vuorje.

Alfred en Arne gaan naar een grote kloof. Bij Alfred is alles nat en doorweekt, zijn kompas werkt niet meer en hij raakt verdwaald. Dit is wanneer het boek omslaat (blz. 357). Hij raakt weg van Arne en hij raakt ook nog eens zijn kompas kwijt. Hij moet nu zelf terug zien te komen bij Arne. Nu pas beseft hij zich hoe vrij hij zich voelt, eindelijk verlost van het gezelschap Arne Mikkelsen en Qvigstad. Hij beseft zich dat hij zich al die tijd al een indringer voelde in Finnmark, omdat Mikkelsen en Qvidstad en Arne zo afstandelijk waren. Zou het kunnen dat Mikkelsen gewoon met Nummedal een bondje heeft gesloten, vanwege die meteoorkraters? En dat Mikkelsen nu zelf naar Vuorje is gegaan? Alfred lijkt opeens het grote plaatje te zien, opeens lijkt hij zich te beseffen dat iedereen tegen hem samenspant. Voor hem klinkt het heel logische allemaal. Maar sinds hij ‘vrij’ is en weggedwaald is van Arne, lezen wij eigenlijk alles als een lang monoloog van twijfel en redeneren. Een ‘stream of conciousness’. Het komt een beetje krankzinnig over op de lezer, Alfred heeft impulsief gedrag en vreemde motieven. Is dit de échte Alfred, die nu pas echt naar voren komt, niet langer onderdrukt door zijn gezelschap? Hij weet niet meer waar hij heen moet en het wordt een soort overlevingstocht, kreeg ik de indruk. Hij ziet de berg Vuorje en neemt dat als aanknooppunt om de weg terug te vinden. Hij komt op een gegeven moment, zeer hongerig en verzwakt, terug bij het meer waar ze aan het begin waren. Hier vist hij een forel en draait hij een eend de kop om. De tekst, het monoloog, voelt nu nog onbetrouwbaarder aan, omdat Alfred zo moe en verzwakt is. Hij maakt nu een plan om terug te gaan naar de kloof waar hij van Arne is gescheiden. Want, zo vermoedt hij, Arne heeft daar boven de kloof kamp opgeslagen en zal wachten tot hij, Alfred weer terug komt. Zonder kompas bedenkt Alfred een omslachtige manier om, met behulp van zijn kaart en stappen tellen, terug te lopen naar de kloof. Hier aangekomen ziet hij sporen van Arne. En dan, Arne, dood, op de grond, alsof hij aan het slapen is. Maar Arne slaapt niet. Dit is niet slapen, dit is nooit meer slapen. Aldus de titel van het boek (blz. 412). Arne is van de kloof afgevallen waar hij zijn kamp heeft opgezet. en gaat terug naar de bewoonde wereld. Hij probeert nog vissen te vangen maar alles gaat fout. Alfred verzameld diens belangrijkste dingen dan komt hij bij een huis van een Lap, een inheemse stam. De man helpt hem en zo komt hij terug in het hotel in Tromso/Alta. Ik weet niet precies meer waar. Arne is gevonden en hem wordt gevraagd of hij bij de begrafenis wil zijn. Hij keert echter terug naar huis, en het voelt voor hem alsof hij ‘eff’ snel stilletjes ertussenuit is geglipt. In de bus komt hij nog een vijftienjarige tegen die het notitieboekje van Arne uit het Noors vertaald.

Weer Finnmark goed en wel verlaten, zonder wetenschappelijk resultaat, slechts met een dode, Arne, een verloren boodschap, zoekt hij Nummedal op en stelt hem op de hoogte van het verlies. Nummedal is met pensioen gegaan aan zijn universiteit. Alfred overhandigd het notitieboekje van Arne, en gaat naar huis. Thuis gekomen geeft zijn moeder hem twee blauwe manchetknoppen – Alfred weet niet hoe die dingen heten. Ze zijn gemaakt uit een meteoriet, en gekocht door Alfreds vader, voor Alfreds 17e verjaardag. Zijn vader was ook wetenschapper en geoloog, maar die was gestorven. Dat was het. Droom verloren, met wat meoriet in zijn hand, zonder hypothesen. In het nieuws staat dat mogelijk een inslag is geweest van een meteoriet rond het gebied van Finnmark. Maar hij zit weer thuis, geen dromen, niets. Eind.

Als we Hermans moeten geloven, zo blijkt, is de toekomst donkergrijs.

Laat een reactie achter