Gerard Reve – Op weg naar het einde

Op weg naar het einde’, een nieuw soort tekst in onze canon. Geen roman, maar ook geen echte brievenbundel. Eigenlijk heeft Gerard Reve hier gewoon opgeschreven, waar hij zin in had. Alles wat hem te binnen schoot, wist hij op geweldige manier op schrift te stellen. Dit ‘brievenboek’ bevat een aantal brieven, te weten op volgorde, Brief uit Edinburgh, Brief uit Amsterdam, Brief uit Camden Town, Brief uit Schrijversland (modern toerisme), Brief in een fles gevonden – niet allen even vermakelijk, maar wel typies Reve, onbetwist een der grootste schrijvers van Nederland. Ik zal een korte samenvatting proberen te geven van elke brief, alhoewel de brieven juist worden gekenmerkt door een vloeiende gedachtestroom, die van A, zomaar naar B, en mij part richting K kan gaan, schijnbaar zonder enige samenhang. Toch is elke brief wel met een bepaalde opzet, dan wel strekking geschreven. Zodadelijk de samenvatting van de brieven. Eerst graag een stukje over de betekenis en analyse van Reve’s werk.

 

Tragikomisch, cynisch, eenzaam: alles ademt Reve

In dit werk komt onherroepelijk Reve’s ‘typiese’ neiging, als romantisch-decadent auteur, terug, om alles te relativeren, en alles te bedekken met een laag ironie, en dodelijk cynisme. Alles is ‘tragikomisch’ beschreven, wat wil zeggen dat hij een komische lading over al het tragische legt – opdat het tragische juist door contrast tragischer wordt – en over al het komische (banale) juist een tragische, plechtstatige laag legt. Je weet soms waarachtig niet, of Reve iets serieus bedoelt; persoonlijk heb ik het gevoel, mijn schrijverschap als voorbeeld nemend, dat niks wat Reve zegt, serieus is bedoeld.
Alles is geschreven in een soort roes van schrijven, waarin de stijl en het gevoel naar voren komen, en niet het zo serieus en waarachtig mogelijk beschrijven van de zaken.
Wat thematisch erg kenmerkend is voor de brieven uit deze bundel, en trouwens alle woorden van Reve, overal: eenzaamheid. Dit is inhoudelijk te merken: hij observeert alles zeer nauwgezet (met tragikomische lading), maar neemt zelf eigenlijk nooit deel aan de situatie. Daarnaast omschrijft hij in ontelbare verschillende bewoordingen, in zijn net zo talloze rêverieën, hoe eenzaam hij is (en zoveel Liefde voor God heeft – wat hetzelfde is – omdat alleen de Heere begrijpt hoe eenzaam hij is. Misschien voelt hij zich wel zo verheven, of ánders dan de rest, dat hij zich vereenzelvigd met God, op een bescheiden manier. ‘Het leven is een kruisdraging’ en ‘Ik ben liever alleen, want met anderen
erbij is de eenzaamheid nog ondraaglijker’). Bovendien is alles in deze brieven overgoten met een lading erotiek. Maar niet: exhibitionisme, zoals een kritikus dat beschrijft. Reve geeft hierop: exhibitionisme is onpersoonlijk, want bij het uitdoen van Jas, ontbloot men het geslachtsdeel wat bij ieder aanwezig is. Terwijl Reve zelf, alleen zeer persoonlijke dingen tentoonstelt door te schrijven.

“Iedereen kan zijn lul, respectievelijk vrouwelijkheid laten zien, maar niemand kan zo schrijven als ik – daarin zit hem het verschil.” –p.115 

Hoe kan je het beste Reve’s werk uitleggen?

Waar draait het nou eigenlijk precies om bij Gerard Reve? Wat moet je zeggen, als iemand je vraagt ‘zeg, wat is nu eigenlijk de essentie van Reve, waar hij echt over schrijft’. Het antwoord is vrij simpel, en complex tegelijk:

Het gaat nergens over, maar tegelijkertijd gaat het over alles. God, Liefde, en de Dood, noemt hij het zelf, waarmee het hele leven zo’n beetje wel samengevat is. Reve is een romanticus in hart en nieren, die gelooft in gevoel en eenheid in alles. Dat lezen we terug in de gedachtestromen, onderwerpen, maar ook in de Bijbels, ironische schrijfstijl die mij persoonlijk altijd nog enorm aan het lachen maakt.  

Volledige samenvatting per brief van Gerard Reve – Op weg naar het einde

Brief uit Edinburgh

In de eerste brief, bestaande uit verschillende brieven, van verschillende data, beschrijft Reve zijn bezoek aan een schrijversconference in Edinburgh. Voornamelijk wordt de stommiteit van het gebeuren naar voren gebracht – daarbij genomen is Reve in deze brieven veeleer, zoals altijd, een observator, en pas daarna een deelnemer van het gebeuren. Hij is samen op pad met kunstbroeder Angus W., en komt verscheidene andere kunstenaars tegen, als ‘ziek aapje N. (Nooteboom)’, ‘dichteres H.M. (Hanny Michaelis)’, etc.. 

“…bij een protestantse dienst word ik dol van verveling,
krijg ik een droge keel en overvallen mij lichte duizelingen,
terwijl ik daarentegen van een katholieke mis, tenminste
als hij niet te idioot lang is uitgesmeed, heel aardig
opkikker, en seksueel weldadig geprikkeld word.” –p.62

Brief uit Amsterdam

In deze brief bezoekt Reve een schrijversfeestje in het Gooi, op het platteland, bij vrouwe Oofi. Hij is, opnieuw, een observator, en we krijgen als lezer bijna het idee, dat hij niet bij het feestje ‘hoort’. Er gebeuren allerleide bijzondere dingen op het feestje. Uiteindelijk vraagt Reve grofweg ‘of ze nog een bed heeft staan’, en gaat hij slapen. Brief uit Camden Town: Reve gaat op bezoek bij ex-vriend Wimie, W., die nu in Engeland woont met ‘Loodgietend Prijsdier M.’. De treinreis blijkt een heel gedoe, en ‘Londense vriend P.’ haalt hem op van het station – ze rollen meteen een feest binnen, waar verschillende dranken worden geserveerd. In deze brief overpeinst Reve zijn somberheid. Brief uit Gosfield: In deze brief beschrijft Reve zijn bezoek aan ‘Londense vriend P.’: dat hij een fles Gin heeft gekocht als cadeau, maar de helft al tijdens het reizen heeft geledigd; dat hij zijn bagage verloren heeft op het station; etcetera. Daarnaast allerleide bespiegelingen over zijn schrijverschap

“Alles is Eén, dat om te beginnen, 
maar daar is nog geen kunst aan.” –p.108

Brief uit Camden Town

In deze brief beschrijft Reve zijn bezoek aan ‘Londense vriend P.’: dat hij een fles Gin heeft gekocht als cadeau, maar de helft al tijdens het reizen heeft geledigd; dat hij zijn bagage verloren heeft op het station; etcetera. Daarnaast allerleide bespiegelingen over zijn schrijverschap

“Waarschijnlijk is het beter, dat ik van nu af aan in afzondering leef, dat is een draaglijker soort eenzaamheid dan die, ondergaan in het gezelschap van een ander.” –p.128

Brief uit Schrijversland

In de vijfde brief schrijft Reve over zijn eigen schrijverschap, en de noodzaak van het schrijven om ‘de chaos te ordenen’. Bovendien geeft hij veel kritiek op het schrijverschap en de plaats van de literatuur in Nederland. Dan begint hij over Geld: want iedereen draait er omheen, maar er moet over gesproken worden. Hij vindt dat schrijvers goed betaald moeten worden, en het schrijverschap een gerespecteerd ambt moet worden, en niet een enigszins gewaardeerde roeping. Hij wil eigenlijk gewoon een comfortabel leven kunnen leiden, en zestien uren per dag kunnen schrijven. Erg goede brief, waar ik mij bijzonder in kon vinden.

Brief in een fles gevonden

 In de slotbrief uitdeze bundel herhaalt Reve een aantal van zijn kernpunten uit de vorige brieven. Voornamelijk laat hij de lezer kennis maken met zijn problemen om de werkelijkheid te beschrijven: de werkelijkheid is veel te ongeloofwaardig, maar vooral: de listige Slang, de Duivel, probeert hem allerlei ‘Zinloze Feiten’ voor te schrijven, tot welken hij verleidt wordt op papier te zetten. Deze Zinloze Feiten onderbreken de logische voortgang van het verhaal, en staan volledig ‘los’ van elk verband tussen alle verhalen. Vervolgens schrijft Reve een aantal voorbeelden van Zinloze Feiten, wat er ironisch genoeg voor zorgt, dat de hoofdbezetting van deze brief bestaat uit Zinloze Feiten. 

Laat een reactie achter