Deze tekst komt waarschijnlijk uit 817 na Christus, is geschreven door zijn hofdienaar en gaat over het leven van Karel de Grote. Absoluut een unieke tekst, een prachtig document, mooi ingebonden door geliefd uitgever Athenaeum Polak & van Gennep. En het mooie is: dit ‘document’, zoals ik het noem, werpt absoluut discussie op binnen de geschiedkunde. Later zal ik toelichten waarom. Eerst de achtergrond. De auteur van dit korte boekje luidt ‘Eindhard’. Het is bekend dat hij een geleerde en een hofdienaar was van Karel de Grote. Hij zou deze tekst ongeveer hebben geschreven tussen 817 en 830, in opdracht van de zoon van Karel (Lodewijk), maar ook om zijn meester Karel te vereeuwigen en zijn goede karakter voor iedereen vast te leggen, opdat niemand hem ooit zou vergeten. ‘Het leven van Karel de Grote’ is dus een korte biografie van één van de bekendste historische figuren ooit, maar misschien niet (te) waarheidsgetrouw, Omdat het meer een lofzang dan een beschrijving is. Niettemin is dit werk enorm interessant om te lezen en werpt het een mooi inkijkje in de middeleeuwen en de manier van schrijven.
Over deze titel
Titel: Het leven van Karel de Grote
Auteur: Einhard
Gepubliceerd: 817 n. Chr. (oorspronkelijk)
Type: Biografie / Geschiedschrijving
Aantal pagina’s: 68
Structuur van het boek
Einhard heeft ‘Het leven van Karel de Grote’ wat betreft de vorm gebaseerd op Suetonius, de biograaf van enkele Romeinse keizers. Wat betreft de inhoud: hij was zelf een groot vertrouweling van Karel, dus zijn eigen ervaring vormt een grote bron. Ook heeft hij zich beroept op de rijksannalen, jaarboeken van het Frankische rijk. Inhoudelijk is de biografie opgedeeld in enkele stukken:
- Het geslacht van de Karolingers kort uitgelegd.
- Wat Karel heeft gedaan om zijn rijk uit te bereiden.
- Zijn privéleven en een portret.
- Zijn dood en testament.
Het geslacht van de Karolingers is veelal een opsomming van zijn stamboom, en wat Karel heeft gedaan om zijn rijk uit te bereiden (‘De uitbreiding en verdediging van het Rijk’) is ook vooral een opsomming van zijn succesvolle missies en daden in oorlog.
Het privéleven en een portret van Karel de Grote
Het meest interessante stuk gaat over het privéleven van Karel, waarin hij wordt geportretteerd als heel herkenbaar, aardig mens met goede omgangsnormen.
- Karel was enorm gek op zijn dochters en zijn moeder. We lezen dat hij enorm veel respect had voor zijn familie, en dan met name zijn dochters en zijn moeder. Hij liet zijn dochters bijvoorbeeld niet uithuwen voor politieke redenen maar hield ze bij hem in het kasteel wonen, puur omdat hij ‘hun gezelschap niet kon missen’.
- Karel dronk weinig alcohol. Hij had een grondige afkeer voor dronkenschap, en dronk met enorme mate. Ook eten deed hij met mate, hoewel hij enorm genoot van wild geschoten vlees.
- Karel droeg tijdens feestdagen wel goud, maar anders droeg hij gewoon normale kleding. Karel was in het dagelijks leven geen fan van pompeus vertoon, en droeg kleding die gelijkte op dat van soldaten of burgers.
- Karel was enorm welbespraakt, kon zich goed uitdrukken in precies de lading die hij bedoelde, en wist zich ook andere talen zoals het Latijn aan te leren, op zo’n niveau dat hij het net zo goed sprak als zijn moedertaal. Hij las ook veel boeken.
- Hij was van goede gezondheid, en had bijna een hekel aan artsen die hem advies gaven. Hij was bijna nooit ziek. Hij was overigens breedgebouwd.
- Hij kwam altijd vriendelijk en opgewekt over, waardoor hij altijd waardigheid bezit.
- Zijn stem was krachtig en zijn vertoon dwong veel gezag en respect af.
- Hij hield van vreemdelingen en was bijzonder gastvrij.
- Karel had zoveel liefde voor zijn naasten dat hij bij het nieuws van overlijden soms tot tranen toe verdriet had.
- Karel maakte gemakkelijk vrienden en was zeer loyaal.
- Karel was een vroom christen en deed veel voor de armen.
We leren ook dat hij op het belangrijke moment van kroning tot keizer door de Paus, eigenlijk niet wilde dat het zo liep: hij wilde niet dat de Paus boven hem stond, en bovendien wilde hij niet dat andere ‘keizers’ uit het oosten hem zagen als concurrentie. Wat betreft het hoofdstuk over zijn testament: hierin gaat het vooral over de verdeling van zijn rijk en eigendommen, die hij heel secuur en eerlijk verdeelde onder familie, hofdienaars en vrieden.
Geschiedkundige discussie: onbetrouwbaar?
Ik heb kortgeleden met een geschiedkundige gesproken, die ik enthousiast heb verteld ‘wat voor geweldige primaire bron’ ik had gevonden: een biografie van Karel de Grote, uit zijn eigen tijd! Maar de geschiedkundige was niet bevlogen van de tekst. Einhard schreef het werk pas jaren na de dood van Karel, dus wat betreft persoonlijke ervaringen zijn het slechts flarden. Bovendien is het overduidelijk dat Einhard het leven van Karel heeft verbloemd, door misstanden en fouten van Karel te verbergen of weg te laten. De bedoeling was duidelijk een lofzang op Karels leven, en niet een geschiedkundig betrouwbaar werk. Máár, zo moest ik begrijpen van de geschiedkundige, het is in die zin wél een geweldige primaire bron om andere dingen te onderzoeken, zoals hoe geschiedschrijving en taal toen werd bedreven. Er zijn dus kanttekeningen te maken over hoe waarheidsgetrouw het leven van Karel daadwerkelijk is opgeschreven, maar dat doet niet af aan de unieke geschiedkundige waarde van de tekst. Bovendien is dit werk de eerste overgeleverde biografie van een Europese vorst na de Romeinse tijd.
Eindhard zelf over het schrijven van ‘het leven van Karel de Grote’
Einhard schrijft in zijn voorwoord op de tekst enorm zelfbewust en helder:
“Ik geloof dat ik niet kon afzien van het schrijven van een werk als deze, omdat ik mij ervan bewust was dat niemand waarheidsgetrouwer dan ik kon schrijven over dingen waar ik zelf bij ben geweest en die ik met eigen ogen, zoals men dat zegt, precies heb leren kennen. […] Ik kon niet dulden dat het zo befaamde leven van een uitmuntende koning – de grootste van zijn tijd – en zijn voortreffelijke, door moderne mensen nauwelijks te evenaren daden in de duisternis van de vergetelheid verdwijnen […] Er speelde op de achtergrond nog een andere motivatie bij mij. Ik bedoel: de zorg die hij aan mijn opleiding besteedde en de levenslange vriendschap met hem en zijn kinderen, vanaf het moment dat ik voor het eerst aan het hof verbleef. […] Men zou mij terecht als ondankbaar kunnen bestempelen als ik zoveel weldaden aan mijn adres vergat en in stilte voorbijging aan de befaamde en uiterst opmerkelijke daden van een man aan wie ik zoveel te danken heb.” –Einhard
